Hartelijk welkom!



Deze blog informeert u over de dingen die achter de schermen van ons kasteel gebeuren en bespreekt items uit onze uitgebreide collectie. Voor informatie over openingstijden en evenementen, tentoonstellingen, huwelijken en kinderpartijtjes verwijs ik u naar onze site:

www.sypesteyn.nl

Restaurant op Sypesteyn
De catering van het kasteel is in handen van het echtpaar Annette en Hans Hoogerwerf. Dit gastvrije duo zorgt voor een prettige plek waar gasten graag een hapje of drankje zullen nuttigen. Het terras is geopend tijdens de openingstijden van het museum. Hans en Annette verzorgen tevens de intakes voor bruiloften, feesten en bedrijfsactiviteiten. Ze staan u graag te woord om al uw wensen in vervulling te laten gaan.


Ik wil u uitnodigen uw reactie te plaatsen onder de artikelen.

Bedankt en veel leesplezier.

dinsdag 10 juli 2012

Vrouwelijke tuinbaas buitenplaats Sypesteyn

Tekst: Karin Smokers
Foto's: Henny van der Wilt en Joes Kloosterman

"Ik ben misschien niet zo sterk als een man, maar ik ben ongelooflijk taai!"

Henny van der Wilt werkt al bijna haar halve leven als tuinbaas. Dit kun je goed aan haar zien. Haar door de zon verkleurde huid is donkerbruin en ook haar spierballen zijn niet mis. Menig man zou er jaloers op zijn. Niet alleen uit haar voorkomen blijkt haar passie voor de natuur, juist ook uit haar woorden kan worden opgemaakt dat de natuur een groot onderdeel uitmaakt van haar leven. In haar beroep als tuinbaas, sinds achttien jaar op buitenplaats Sypesteyn in Loosdrecht en sinds één jaar op Slot Zuylen, kan ze op dit gebied volledig haar ei kwijt.

Als vrouwelijk tuinbaas vormt ze een uitzondering. Het overgrote deel van de tuinbazen is man. Dit brengt soms lastige situaties met zich mee, maar Henny ziet vooral de voordelen ervan.
Henny herinnert zich nog goed hoe zij achttien jaar geleden voor het eerst op buitenplaats Sypesteyn aankwam. Ze werd meteen geconfronteerd met haar vrouw-zijn. "Toen ik daar kon komen zeiden ze tegen me: 'Kom maar vier halve dagen in de week. Dan kun je 's middags uitrusten. Je bent een vrouw, dus het wel te zwaar voor je zijn.'"

Henny overweegt dit echter geen seconde. Het achterstallig onderhoud was zo groot dat er alleen met volle dagen werk wat aan te doen viel. Toen de directeur vervolgens voorstelde dat ze, als ze om zeven uur begon, rond drie uur wel weer naar huis mocht, komt ze met een vergelijkbare reactie. "Nou, dat vond ik belachelijk. Om drie uur naar huis? Er was zoveel werk te doen! Ik wilde helemaal niet om drie uur naar huis!"
De eerste maand probeert Henny zich dan ook te bewijzen. Voor de halfjaarlijkse bestuursvergadering doet ze haar best om de 'fossiele bestuursleden' even te laten zien wat ze kan. "Ik was hartstikke jong en ik barstte van de energie. Toen had ik nog bewijsdrang. Ik heb me helemaal de pleuris gewerkt een maand lang. Na een week zeiden ze al - ik had maar amper wat gedaan voor mijn gevoel - oooh, wat knapt het al op! En daar kreeg ik alleen maar meer energie van".

Tegenwoordig heeft Henny niet zo'n last meer van bewijsdrang. Ze weet wat ze wil en laat dit ook geregeld merken. Zo krijgt haar toekomstig werkgever op Slot Zuylen een jaar geleden tijdens haar sollicitatiegesprek te horen: "Zijn er kledingvoorschriften? Want als het mooi weer is, werk ik in mijn korte broek. Mag dat niet? Dan kom ik niet. O, en als het vriest dan werk ik niet. Dan schaats ik. Dus dan weten jullie dat".
Deze eigenzinnigheid is volgens Henny een belangrijke eigenschap voor tuinbazen. Als tuinbaas moet je soms stevig in je schoenen staan om bepaalde dingen voor elkaar te krijgen.

Zo krijgt Henny vaak kritiek met betrekking tot het maaien. De waterkant langs Slot Zuylen is hiervan een voorbeeld. "Net ook iemand: Waarom maai je nou wel langs die haag, maar waarom nou die kant niet? En dan zeg ik: Nou, volgende week dan bloeien hier duizenden moerasspirea's. Dat is iets wat de natuur je geeft, dat is zo mooi over een week. En ben je dan eigenwijs als je zegt: Ik maai dat niet, ik laat dat staan? Nee, dat is een manier van werken. Een manier van doen".

Henny is trots op het feit dat ze een van de weinige vrouwelijk tuinbazen is. Het fysieke verschil tussen haar en haar mannelijke collega's stoort haar niet. Ook hieruit blijkt haar doorzettingsvermogen. "Aan al dat buiten werken wen je ook. Je lijf past zich aan. Ook mannen lopen vaak ergens tegenaan. Natuurlijk ben ik minder sterk dan een jonge vent, maar voor veel dingen heb je geen kracht nodig maar slimheid. Als ik kracht nodig heb dan huur ik die wel een keertje in. Maar als ik ergens aan begin dan moet je van goeie huize komen om mij ervan af te houden. Ja, ik zet wel door. En dan werk ik menig man eruit. Dan zeg ik: Ben je een beetje moe, jochie? Gaat het wel met je? Je zweet zo! Geniet ik ontzéttend van!"

donderdag 5 juli 2012

Evaluatie na een weekje de Hondecoeter

Tekst: Marianne Bruijns, weekendbeheerder
Foto: Martha de Jong-Lantink.(www.flickr.com/photos/marthaenpiet/5842206687/).

Zondagmorgen stapte ik uit mijn autootje en zag een konijntje vermorzeld op straat liggen. Een prachtig beestje. Natuurlijk laat je zo'n diertje niet midden op de straat liggen en ik besloot hem aan de vos achter in het bos te schenken. Zo gezegd, zo gedaan.



Toen Peter (de Meere van de catering) kwam zei hij zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken: "We hadden het eigenlijk aan de vlaggenstok moeten hangen, want het is een echte de Hondecoeter!".
Ik denk dat de de Hondecoetertentoonstelling op het juiste moment op Syesteyn is gekomen, want de bezoekers zijn écht geïnteresseerd en er is een goede interactie met de tuin en omdat het het Jaar van de Historische Buitenplaatsen is, komt dat goed uit. De bezoekers vragen veel en dat wordt ook gewaardeerd met een ferme handdruk mét vijf euro erin! Er kwam ook een mevrouw die haar moeders schilderij, dat gestolen was, zocht. Ze heeft in het gastenboek geschreven dat ze het niet heeft gevonden. Jammer!
Wisten jullie dat de de Hondecoetertentoonstelling op Face-book staat? Dat de 1e schenking door de filantroop S.H. Kress aan het Metropolitan Museum of Art "Pauwen" van Melchior de Hondecoeter was? Dat de bekendste imitator van Melchior de Hondecoeter Jan van Oolen in het Museu de Arte Sao Paulo hangt?
Wisten jullie dat Rik al drie fraaie boekjes over verschillende onderwerpen van Sypesteyn heeft gepubliceerd? De Hollandse Porseleinroute, Tuinvisioenen en Melchior de Hondecoeter te gast op Sypesteyn. Gefeliciteerd Rik!!! Driemaal is scheepsrecht.

maandag 2 juli 2012

Opening tentoonstelling Melchior de Hondecoeter

foto's: Carla v.d. Puttelaar en Ruud Jobse

Directeur Huib Tijssens neemt als eerste het woord bij de opening van de prachtige tentoonstelling Melchior de Hondecoeter, schilder voor buitenplaatsen te gast op Sypesteyn. Voor het in grote getale aanwezige publiek zegt hij dat het typisch Sypesteyn is dat er niet genoeg stoelen aanwezig zijn. Hij bedankt alle bruikleengevers, sponsoren, fondsenverstrekkers, symphatisanten en vrijwilligers voor hun inzet, het Bestuur en de Van Sypesteyn Stichting, die 3 maanden de tentoonstelling aanbieden en kunsthistoricus René Dessing (helaas niet aanwezig wegens ziekte).
Bijzondere dank aan onze conservator Rik van Wegen als initiator en drijvende kracht achter dit enorme project. Met heel veel inzet en geduld heeft hij de Hondecoetertentoonstelling georganiseerd en gezorgd dat hij op tijd klaar was. De drijfveer hierbij was dat Henri van Sypesteyn behalve verzamelaar ook een gepassioneerd liefhebber was van historische tuinen én van pluimvee en watervogels. Hij zou ongetwijfeld ook een tentoonstelling rond de Hondecoeter hebben georganiseerd als hij daartoe de kans had gehad. Dit is ook een beetje een postume hommage aan de Jonkheer.

Natuurlijk bedankt Huib Joy Kearney dat zij belangeloos haar expertise ter beschikking heeft gesteld. Samen met Rik heeft ze een unieke tentoonstelling van 17e-eeuwse schilderijen voor buitenplaatsen naar Sypesteyn gehaald en een prachtige catalogus samengesteld.
De tentoonstelling is mogelijk gemaakt door: kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder, het K.F. Heinfonds, het Rabobank Coöperatiefonds en de Stichting Vrienden van Sypesteyn. Dankzij hun steun hebben vele, vooral particuliere bruikleengevers ons hun vertrouwen gegeven. Dank ook aan de Nederlandse Hoenderclub die exemplaren van historische hoenderrassen ter beschikking heeft gesteld. Ze zijn te bezichtigen achter in de tuin in ons Hoenderhotel.



De Ierse kunsthistorica Joy Kearney neemt enthousiast het woord over van Huib. Zij gaat in december promoveren op het onderwerp de Hondecoeter. Ze vertelt dat het de allereerste tentoonstelling van de HELE familie de Hondecoeter is. Je kunt de opbouw van het genre goed zien in de opstelling.



Je ziet vogels en dieren in een landschap, dan in close-up. Dat was het sterke punt van Melchior. Hij schilderde onderwerpen als vechtende vogels op een hoenderhof. Daarom hebben we hier op Sypesteyn een hoenderhof gemaakt, zodat de vogels in levende lijve te bewonderen zijn.
Grootvader Gillis de Hondecoeter schilderde ook dieren, maar het was niet zijn bedoeling deze levensecht af te beelden. Je ziet een scene met vogels en dieren. Hij was niet geïntereseerd in soorten. Melchior daarentegen wel. Je ziet soms wel 300 soorten in een schilderij. Hij had veel verstand van vogels, maar ook van hun gedrag b.v. bij de haan en kalkoen in gevecht om een territorium trekt de haan aan de lel van de kalkoen (meest pijnlijke plek). Hij kon goed observeren.


Melchior werd in 1636 in Utrecht geboren in de Minnebroederstraat en woonde daarna in Achter de Dom (straatnaam). Zijn grootvader Gillis werd in 1575 in Mechelen (niet in Antwerpen) geboren. Zijn familie verhuisde van de Zuidelijke (Antwerpen) naar de Noordelijke Nederlanden (Delft). Er zijn 200 schilderijen van Gillis bekend, 50 schilderijen van de vader van Melchior, Gijsbert en dik 300-350 van Melchior zelf.
Zijn neef Jan Weenix (er zijn ook twee werken van hem in de tentoonstelling) schilderde stillevens samen met Melchior, maar ook landschappen en portretten. Melchior vooral vogels. Ze hebben samen les gehad van de oom van Melchior en vader van Jan, Jan Baptist Weenix.
Er zijn maar 10 schetsen van Melchior teruggevonden. In het Tylermuseum is een tekening aanwezig en in het Rijksprentenkabinet. Deze tekeningen relateren aan bepaalde schilderijen. Het kan zijn dat de schilder ze zelf heeft vernietigd als hij ze niet meer nodig had.


De haan op veel schilderijen is waarschijnlijk van Melchior zelf. Hij schijnt zelfs afgericht te zijn geweest.
Melchior had wel toegang tot een menagerie b.v. van Willem III en de dierentuin van het Loo voor het obserseren en schilderen van de dieren.
De opgestoken vleugel en het kleine kuikentje op de schilderijen is een soort signatuur van hem. Melchior is altijd gefocust op iets wat gebeurt. Er is altijd wat aan de hand in zijn schilderijen.
Joy vertelt dat er na de opening een valkenier komt met zijn vogels: een slechtvalk (op schilderij staat een torenvalk) en een kerkuil (zie foto's hiernaast) om te tonen hoe levenecht Melchior de dieren schilderde.
Ze kan zo nog wel een paar uurtje doorgaan, maar Joy krijgt een seintje dat ze te lang praat. Jammer, want ze had nog zoveel te vertellen! Op naar de volgende spreker.



Opening tentoonstelling Melchior de Hondecoeter (vervolg)

Een zeer trotse Rik van Wegen neemt het van Joy over. Hij zou willen vertellen hoe de tentoonstelling tot stand gekomen was, op welke manier en met welk bugdet (andere musea zouden hard lachen of erg angstig worden....), maar gelukkig gaat hij vertellen over de generositeit van de vrijwilligers, de klimaatploeg, de winkeldames, de roostermakers, enz. Over Joy, hoe feestelijk het was om met haar op pad te gaan. Over hoe de bruikleengevers hun best hebben gedaan de kosten zo laag mogelijk te houden.




Kunsthandel de Boer uit Amsterdam stelde vier bruiklenen beschikbaar. Er werden belangeloos foto's gemaakt, transporten en verzekeringen betaald (door kunsthandelaar Johnny van Haeften uit Londen). Hij wist ook een nieuwe eigenaar van een schilderij van De Hondecoeter, gekocht op de Tefaf, over te halen het gekochte werk eerst naar Sypesteyn te laten komen. Particuliere bruikleengevers kwamen zelf hun werken in Loosdrecht afleveren. Er was ineens een hoofd technische dienst en er kwam een fantastische PR. Rik voelde zich net Kabouter Piggelmee. Al deze dingen werden niet gedaan voor Rik maar voor Sypesteyn. "Laten we zo doorgaan!"

Fred Meijer vertelt ons iets over het jachtstilleven. Eerst iets over de geschiedenis. Het afbeelden van jachtbuit was al te zien in de Romeinse fresco's en mozieken. Later ook in Noord-Europa in de 2e helft van de 16e eeuw in Antwerpen. Wild was onderdeel van de voedingsmiddelen. Frans Snijders werkte samen met Rubens. Melchior de Hondecoeter had schilderijen van Snijders en gebruikte die als inspiratiebron. Met de groeiende welvaart werd decoratie belangrijk in woonhuizen. De jacht op groot wild bleef voorbehouden aan de edelen. Een schilderijen met jachttafereel mocht je natuurlijk wel hebben.
Melchior had veel geleerd van Jan Baptist Weenix. Na zijn dood trekt hij rond 1630 naar Den Haag (Hofstad waar veel mensen zelf op jacht gingen). Daar is een flinke markt voor zijn schilderijen. Zijn stijl is hier somber.

Als in Den Haag de markt verzadigd raakt trekt hij naar Amsterdam. Hier is zijn stijl veel helderder, beinvloed door de elegante Franse smaak. Hier maakt Melchior minder jachtstillevens en zijn neef Jan Weenix juist meer. Misschien een akkoordje?
Op de jachtstillevens van Melchior is vooral kleinwild te zien. Ook een geweer, hoorn, weitas, mand, lokfluitjes, valkenkapjes, kogels, pluimages, hazen, konijnen, vinken, enz. Hij schildert minder vaak grote vogels zoals zwanen en eenden.



Joost Boermans (Wethouder Gemeente Wijdemeren) is de volgende spreker. Hij heeft goed en slecht nieuws. Hij heeft zijn speech thuisgelaten. Graag wil hij de vrijwilligers naar voren halen en het bedrijfsleven bedanken. Een fantastisch kasteel zoals Kasteel-Museum Sypesteyn draagt de gemeente natuurlijk een warm hart toe. In het Jaar van de Buitenplaatsen is dit kasteel en de tentoonstelling van groot belang voor de gemeente. Het goede nieuws: DE TENTOONSTELLING IS GEOPEND!





dinsdag 29 mei 2012

Dendrologen in de tuin van Sypesteyn

Tekst: Joes Kloosterman
Foto's: Henny van der Wilt


Op 28 april j.l. bezochten 46 leden van de Nederlandse Dendrologische Vereniging de tuin van Sypesteyn.
Na eerst te zijn opgewarmd door de koffie hield Henny van der Wilt een korte inleiding over de tuin en het kasteel.
De groep werd opgesplitst en dan ga je op stap met een aantal mesen die een onvoorstelbare kennis hebben van bomen.



Wat vertel je dan over de bomen die bij ons in de tuin staan, want welke boom het is zien ze vaak al van verre.
Dus heb ik hen vertelt waarvoor een boom gebruikt wordt of werd b.v. de Geelhoutboom (Cladrastris Lutea), die ten tijde van de VOC gebruikt werd om stoffen te verven. Hiervoor werd het hout geraspt in het Rasphuis (soort tuchthuis voor lastige jongemannen en later ook landlopers en gevangenen). De poort hiervan staat nog aan de Heiligeweg in Amsterdam. Voor vrouwen heette het het Spinhuis.


Leuk voor ons is dat zij 2 nieuwe bomen in de tuin ontdekten waar wij geen weet van hadden.
1. Beuken met een schors die lijkt op een Eik.
2. Pluimiepen: een soort die weinig voorkomt, omdat hij erg gevoelig is voor de Iepenziekte.
Ook het formaat van enkele bomen wekte nogal verbazing, zoals de Geelhoutboom, die Zelkova Serrata en de Katsoeraboom, die de grootste is van Nederland.

Verder was men onder de indruk van de Parottia persica poort (bij de Buxustuin), waarvan de takken aan elkaar vastgroeien.
Men had niet verwacht zoveel verschillende bomen bij ons te zien. Het was een bijzondere rondleiding voor Henny en mij.
Namen van de bomen op de foto's:
1. bijzondere bomen boomgaardgedeelte
2. Moerascipres
3. kruin Honingboom
4. Honingboom

maandag 21 mei 2012

Sypesteyn vanuit de lucht


Tekst en foto's: Astrid van Lieshout, nieuwe rondleidster Sypesteyn





Ruim dertig jaar geleden verruilde ik de Zuid Limburgse heuvels voor het prachtige Gooi en een baan bij de omroep. Mijn hobby of liever gezegd passie, verhuisde uiteraard mee en ik werd lid van de Gooise Zweefvliegclub waar ik mijn man leerde kennen. Een paar jaar later kochten we ons eerste huis in Loosdrecht, lekker dicht bij het vliegveld. Natuurlijk raak je dan geïnteresseerd in de historie van ons prachtige dorp en wat er achter al die straat namen in ons buurtje zit: Mijnden, Aleweijn, de Mol, Sypesteyn? Dat was ook mijn eerste kennismaking met de Jonkheer zelf en ook het feit dat er een porseleinfabriek in Oud Loosdrecht heeft gestaan.




Toen ik in maart een oproep in de Nieuwsster las voor vrijwilligers hoefde ik niet lang na te denken en ben ik mij verder gaan verdiepen in de geschiedenis van Sypesteyn in de hoop straks een van de rondleiders te worden.
Met mijn zweefvliegtuigje vlieg ik elk mooi weekeind wel een paar rondjes boven het kasteel om te genieten van het uitzicht erop en vooral de prachtige tuin. Je ziet vanuit de lucht pas goed hoe bijzonder het ontwerp van onze Jonkheer is en daarom wil ik graag een paar foto's met jullie delen om mee te genieten.





woensdag 28 maart 2012

Ewout van der Dussen & Catharina van der Hoeff weer terug op Sypesteyn

Tekst: Elly Grosscurt



Ewout van der Dussen en zijn vrouw Catharina van der Hoeff, zijn na een lange logeerperiode in hun geboortestad Delft, weer teruggekeerd op Sypesteyn. De portretten waren uitgeleend aan Het Prinsenhof in Delft, in verband met de tentoonstelling "De portretfabriek van Michiel van Mierevelt".





Als dank gaf Anita Jansen, conservator Het Prinsenhof, 26 maart 2012 een lezing over Michiel van Mierevelt. Anita noemt Van Mierevelt (naast Vermeer) dé beroemdste meester/portretschilder van Delft van de Gouden Eeuw.

Michiel van Mierevelt werd geboren in Delft in 1566 en heeft daar ook tot zijn overlijden in 1641 gewoond. Zijn vader die goudsmid was, leerde hem de grondbeginselen van de schilderkunst en daarna heeft hij twee jaar les gehad van Anthonie Blokland. Na het overlijden van Anthonie Blokland gaat Michiel, die inmiddels 17 jaar oud is, terug naar huis en hij schrijft zich rond 1585 in als schilder bij het Lucasgilde.

In 1590 begint hij portretten te schilderen. In die tijd, middenin de 80 jarige oorlog was er minder vraag naar bijvoorbeeld historie stukken, maar juist wel veel naar portretten van de opkomende burgerklasse.
Van Mierevelt had voornamelijk klanten uit Delft en omgeving. Nadat hij in 1603 een portret had gemaakt van Louise de Colligny, kreeg hij in 1607 van het stadsbestuur van Delft het verzoek om een portret te schilderen van Prins Maurits en zo wordt hij hofschilder van de Oranjes.
Hij maakte ook een kopie voor de Staten Generaal: op deze manier kreeg hij daar ook naamsbekendheid. Hij vraagt octrooi aan voor het portretrecht van Maurits: hij krijgt dit recht voor zes jaar.

In die zes jaar heeft hij honderden portretten gemaakt van Prins Maurits in de leeftijd van 1607-1625. Hij ging steeds van hetzelfde basisportret uit maar maakte de geportretteerde met de jaren, door toevoeging van wat rimpels en een wijkende haarlijn, steeds ouder. Het portret kon in verschillende formaten worden geleverd: als borststuk, kniestuk, of ten voeten uit en dan ook nog in verschillende kleding: militair of hoofs. Ook andere prominenten als Hugo de Groot, Johan van Oldenbarnevelt, Pieter Corneliszn. Hooft, Jacob Cats en Constantijn Huygens kwamen naar Delft om voor Michiel te poseren.

Tot tweemaal toe wordt Van Mierevelt gevraagd hofschilder te worden in Engeland, maar daar gaat hij niet op in.

Anita Jansen heeft met een team onderzoek gedaan naar de werkwijze van Van Mierevelt. Door gebruik te maken van tracing/transparant polyester dat over een portret werd gelegd, bleek dat Van Mierevelt voor ál de portretten van een bepaald persoon, uitging van dezelfde contourlijnen.

Bij de opzet van een schilderij, schilderde men, alleen daar waar het gezicht zou komen, eerst een dikke, witte laag, met een grove kwast, om zo het gezicht als het ware van onderen te laten oplichten, (Als je goed kijkt kun je soms nog op schilderijen een soort halo rond het gezicht zien en dat komt door deze aangebrachte dikkere, witte onderlaag.) Daarna bracht men in een ondertekening de contouren van het portret aan. Waarna het geheel werd uitgewerkt in olieverf.
Door middel van een ponstekening konden van meerdere exemplaren een portret worden gemaakt. De stippellijnen zijn soms nog duidelijk te zien.

Uit onderzoek bleek ook dat portretten van verschillende mensen dezelfde contourlijnen hadden, dus afstand tussen de ogen etc. waren bij verschillende personen hetzelfde. Later werden de karakteristieken van het gezicht daarop aangebracht, om de portretten hun eigen persoonlijkheid te geven.
Het is grappig om te zien als er portretten van verschillende mensen naast elkaar gelegd worden - ze lijken allemaal een klein beetje uit een grote familie te komen.

De portretten werden op hout (5-8 mm) geschilderd; de binnenste plank was ook de breedste plank, omdat daar het gezicht op werd geschilderd. De planken werden door middel van een messing-groef systeem (soort laminaat klik systeem) aan elkaar gezet. In andere delen van het land werden de planken "koud" aan elkaar gelijmd, maar in Delft gebruikte men nog deze messing-groef methode.
De borststukken, kniestukken en portretten ten voeten uit hebben per groep dezelfde afmetingen.

Een beperkt deel van de collectie werd gesigneerd:
Vanaf 1607 luidde zijn signatuur: M. Mierevelt en ná 1620 veranderde het in: M. Miereveld, kopieën kregen geen signatuur.

De tentoonstelling in Delft kreeg als titel "De Portretfabriek van Michiel van Mierevelt". Dit, omdat Van Mierevelt zeker 100 schilderijen per jaar maakte en hij in ieder geval een carrière van 50 jaar had, dus dat zijn heel wat portretten geweest!
Ook had Van Mierevelt leerlingen in dienst die hem hierbij geholpen hebben - soms te zien aan heel kleine verschillen van dezelfde portretten.

Soms bestelde men van eigen portretten borststukjes om op andere locaties (bijvoorbeeld bij de kinderen) op te hangen. Een borststuk kostte rond de 50 gulden en een kopie 24 gulden. Zo is er in Het Prinsenhof in Delft een borststuk te zien van het schilderij van "onze" Catharina van der Hoeff!

Tijdens de periode dat Ewout van der Dussen en Catharina van der Hoeff uit logeren waren in Delft, hing op hun plek in de Lage Zaal van het Kasteel-Museum Sypesteyn een portret van Anna Maria van Schurman. Ons portret van Anna Maria is niet aan Van Mierevelt toegeschreven, maar de Delftse meester "fabriceerde" haar wel. In de tentoonstelling in Het Prinsenhof hing een Schurman-portret door de portretfabriek Van Mierevelt uit het museum van Franeker. Schurman was overigens één van de weinige vrouwen die in het atelier van Van Mierevelt werd geportretteerd op basis van haar eigen kwaliteiten en dus niet als helft van een pendantenpaar. Ze werd in die tijd als wonderkind beschouwd en vergaarde internationale roem vanwege haar talenkennis en geschriften. Ze correspondeerde met intellectuelen als Jacob Cats en Constantijn Huygens, die overigens net als zij door Van Mierevelt werden geportretteerd.



Het was bijzonder leerzaam om van Anita te horen hoe de portretten van Ewout en Catharina zijn geschilderd in 1626. Ik ben blij dat ze weer op hun oorspronkelijk plekje hangen en kan nu nog veel meer vertellen over deze prachtige portretten, die gemaakt werden door, nu ook een klein beetje "onze" Michiel van Mierevelt!!


De foto laat het portret van Catharina van der Hoeff zien. Wilt u weten hoe haar echtgenoot Ewout van der Dussen er uit ziet, dan bent u van harte welkom in ons kasteel om zijn portret te komen bewonderen.

Elly Grosscurt