Foto's: Rik van Wegen, Joost van der Elst
"Mooie tentoonstellingen, zoals we er nu een hebben met schilderijen van Melchior de Hondecoeter, trekken ook "mooie" mensen, mensen die veel te vertellen hebben".
Afgelopen week was mijnheer Van der Elst op bezoek, die zelf nog vinken vangt op de manier zoals die te zien is op het schilderij van Melchior de Hondecoeter in de Gotische kamer, maar nu om vogeltjes te ringen. Mijnheer Van der Elst en zijn vrouw hebben mij weer heel wat leuke dingen verteld, die ik weer kan gebruiken tijdens de rondleidingen.
Op mijn verzoek volgt hieronder een erg leuke bijdrage aan de blog van mijnheer Van der Elst, waarin hij aan de hand van twee foto's uitlegt hoe het vinken vangen met een net precies gaat.
Elly Grosscurt, rondleider
Op één van de schilderijen van Melchior de Hondecoeter (nr. 8 in de catalogus, links boven op het schilderij) staan vinkenvangers afgebeeld. Ze zitten "op het vinkentouw". Dit is verbonden met twee netten die dichtslaan wanneer op de ertussen liggende grond aangelokte vogeltjes komen.
Iets over de geschiedenis:
Deze techniek, die nog steeds op vogelringstations wordt gebruikt, stamt uit de Middeleeuwen. Op oude schilderijen staan zulke vogelaars vaak haveloos afgebeeld, vermoedelijk behoorden zij tot de laagste klasse.
In de 17e eeuw is dat drastisch veranderd. Toen stichtten rijke Amsterdamse kooplieden langs de Hollandse binnenduinrand hun buitenplaatsen. Zij zullen die plaats niet gekozen hebben om het fenomeen van de vogeltrek. Het is namelijk daar dat in de herfst duizenden vogels uit het noorden en oosten komend, bij hun trek naar het westen en zuidwesten op de Noordzee stuiten en daarom in een betrekkelijk smalle baan zuidwaarts gaan.
Liet een landgoedbezitter voor de grap een vogelaar wat netjes uitleggen om wat lekkers voor de keuken te verkrijgen? We weten het niet. Maar zeker is dat het bezit van een vinkenbaan een kwestie van status werd. Zo'n baan werd niet vlak bij huis aangelegd, maar een eindweegs het duin in, daar zijn de vangomstandigheden beter.
Is eenmaal een baan ingericht met meerdere netten en een gerieflijk vinkenhuisje van waaruit aan de lijn kan worden getrokken, dan kon je je gasten uitnodigen. De bezoekers deden dan voor de aardigheid ook een "trekje".
Ook werden uitnodigingen verzonden om de mozaïken te bewonderen van dode vinken en kepen, omringd door guirlandes van lijsters en merels die op het gazon waren uitgelegd. Iedereen kreeg dan een behoorlijke portie mee voor de keuken.
De Universiteit van Leiden gaf de Heren Studenten vrijaf, om bij hun relaties de baan te bezoeken. De vangstcijfers konden oplopen tot honderden per dag en vele duizenden per jaar. Wij zijn intussen Italië ontgroeid!
Terzijde
Eén landgoedbezitter is in de ornithologie vereeuwigd: Mr. Cornelis van Lennep , 1751-1813. Hij bewoonde het Huis Manpad in Heemstede. Hij bestudeerde het verband tussen de weersgesteldheid en de vogeltrek. Om 's ochtends meteen te weten hoe de wind stond liet hij de windwijzer op de schoorsteen verbinden met een windroos in de ontbijtkamer. Zat de wind in de zuidelijke hoek, dan wist hij dat het de moeite kon lonen om een reisje naar zijn baan te maken.
De vinker
Wilde men een goede baan in stand houden dan moest een bekwame vinker aanwezig zijn. In de herfst moest alles voor de vangst gereed zijn. Dat betekent het verzorgen van de speciale beplanting, het onderhouden van de netten en het beheren van een grote volière met lokvogels. Voor die op de baan werden gezet moest de vinker ze een fijn leren tuigje (een haampje) omdoen, waarmee ze via een ragdun kettinkje aan een pennetje in de grond werden vastgezet. Andere lokkers werden in kooitjes ten noorden van de baan als voorposten uitgezet, zodat die met hun roep de hoog aankomende soortgenoten omlaag konden lokken.
Ook moest hij vogels "muiten": in de loop van maanden de lichthoeveelheid in een afgesloten kooi zo manipuleren dat ze in de herfst hun voorjaarszang lieten horen.
Ook 's winters moest hij paraat zijn; waren er als het had gesneeuwd leeuweriken te horen, dan moest een ander soort net sneeuwvrij gemaakt worden waarop ze zeker zouden landen, want leeuweriken zijn een delicatesse!
foto 1
foto 2
De techniek
Op de eerste foto liggen de opgevouwen netten open. Een ruk aan de vanglijn trekt aan de lange lijnen die van voor naar achteren de netten dragen. Die tillen dan de netten op (foto 2) en slaan toe. De slag is geslagen.
Terzijde
In de loop van de tijd is een aantal vaktermen ontstaan. Eén slaat op het scharnier waarmee de stok in de grond draait, een "lurf".
Slaagt een vogeltje er bijna in te ontsnappen, door in de lengterichting van het bewegende net te vliegen, dan kon de vinker het nog net:
"bij de lurven pakken".
Het Groot Nederlands Woordenboek geeft een andere uitleg over het ontstaan van de uitdrukking. Wij vinden de onze, blijkbaar niet verantwoorde, mooier!
Het heden, 2012
In 1912 kwam de Wet op de Vogelbescherming tot stand. Met één klap kwam een eind aan de vinkerij. Slechts enkelen mochten voor de wetenschap doorwerken
Rond 1959 slaagden hier en daar vogelkenners - beroeps en amateurs - er in weer een vinkenbaan op te richten. Zij konden nog juist profiteren van de kennis van oude heren, beroepsvinkers in ruste. Die droegen met plezier alles over wat zij nog wisten.
Op een groot aantal plaatsen worden nu vogels geringd. Alle gegevens. zoals o.a. maten en leeftijd, gaan naar de ringcentrale die ook bekwaamheid beoordeelt en vergunningen uitgeeft.
Tussen alle Europese centrales is een "clearing", zodat, dankzij de grote getallen inzicht ontstaat over trekroutes, overleving, mogelijke veranderingen door klimaatwijziging, noodzaak van biotoopbescherming, e.d.
De techniek staat niet stil. Eerst werden lokvogels vervangen door elektronisch geluid. Slagnetten maken plaats voor mistnetten, die zo fijn zijn dat de vogels ze niet zien en er dan in vliegen en vastraken.
En nu is er naast het ringwerk de microtechniek. Jaarlijks worden GPS-zendertjes en dataloggers kleiner zodat ze nu ook al draagbaar voor kleine vogels zijn.
Joost van der Elst, augustus 2012
Hartelijk welkom!
www.sypesteyn.nl
Restaurant op Sypesteyn
De catering van het kasteel is in handen van het echtpaar Annette en Hans Hoogerwerf. Dit gastvrije duo zorgt voor een prettige plek waar gasten graag een hapje of drankje zullen nuttigen. Het terras is geopend tijdens de openingstijden van het museum. Hans en Annette verzorgen tevens de intakes voor bruiloften, feesten en bedrijfsactiviteiten. Ze staan u graag te woord om al uw wensen in vervulling te laten gaan.
restaurant@opsypesteyn.nl (035-6228880)
Ik wil u uitnodigen uw reactie te plaatsen onder de artikelen.
Bedankt en veel leesplezier.
vrijdag 24 augustus 2012
woensdag 15 augustus 2012
Dag Jonkheer, dag kasteel
Tekst: Joan Broné
Foto: Pim de Lange
Onze lieve Joan heeft helaas besloten haar werk als vrijwilligster neer te leggen. Ze neemt afscheid van het kasteel met een prachtig gedicht.
Afscheid nemen van iets moois,
van mooie mensen ook,
dat doe je niet maar even zo,
daar denk je over na.
Soms te lang en soms te kort.
Soms weet je gewoon
dat het er tijd voor wordt.
Je hebt je steentje bijgedragen
aan al dat vele moois
ook aan die mooie mensen.
En, eerlijk is eerlijk,
je mist ze wel,
die heel mooie mensen dan.
Als het werk te veel ,
te zwaar ook wordt
dat zelfs je karakter
er onder lijdt,
dan is het toch echt tijd,
tijd om ermee te stoppen.
Tijd om dag te zeggen
tegen al dat moois,
ook tegen al die mooie mensen.
Soms liet ik een traan
en soms was ik even boos.
Alles steeds maar eventjes
en eigenlijk altijd wel in stilte...
Dag Jonkheer, dag kasteel,
dag alle mij dierbare vrijwilligers...
Dank aan jullie allen
voor het lachen en het huilen
voor de fijne samenwerking!
Dag..., liefs en dikke kus,
Joan Broné
Foto: Pim de Lange
Onze lieve Joan heeft helaas besloten haar werk als vrijwilligster neer te leggen. Ze neemt afscheid van het kasteel met een prachtig gedicht.
Afscheid nemen van iets moois,
van mooie mensen ook,
dat doe je niet maar even zo,
daar denk je over na.
Soms te lang en soms te kort.
Soms weet je gewoon
dat het er tijd voor wordt.
Je hebt je steentje bijgedragen
aan al dat vele moois
ook aan die mooie mensen.
En, eerlijk is eerlijk,
je mist ze wel,
die heel mooie mensen dan.
Als het werk te veel ,
te zwaar ook wordt
dat zelfs je karakter
er onder lijdt,
dan is het toch echt tijd,
tijd om ermee te stoppen.
Tijd om dag te zeggen
tegen al dat moois,
ook tegen al die mooie mensen.
Soms liet ik een traan
en soms was ik even boos.
Alles steeds maar eventjes
en eigenlijk altijd wel in stilte...
Dag Jonkheer, dag kasteel,
dag alle mij dierbare vrijwilligers...
Dank aan jullie allen
voor het lachen en het huilen
voor de fijne samenwerking!
Dag..., liefs en dikke kus,
Joan Broné
zondag 5 augustus 2012
AdLib.
Tekst en foto's: Huib Tijssens
Zo nu en dan horen jullie van een collega of tijdens het Sypcafé iets over AdLib. Maar wat is dit nu precies en waartoe dient het?
Wisten jullie dat:
- ons Kasteel-Museum meer dan 10.000 museale objecten herbergt, waarvan meer dan een kwart niet wordt getoond in de vaste opstelling?
- de meeste objecten in de collectie door de jaren heen van een inventarisnummer zijn voorzien en dat de details zijn vastgelegd op handgeschreven papieren velletjes, die waren opgeborgen in dozen en ordners?
- zo'n 30 jaar geleden is begonnen om de gehele papierwinkel te vervangen door een systeem met getypte inventariskaartjes, die als ze op elkaar zouden worden gestapeld samen ruim 2,5 meter hoog zouden zijn?
- zo'n 8 jaar geleden is besloten om het gehele kaartsysteem om te zetten naar een geautomatiseerd systeem en dat daarvoor het voor musea ontworpen computerprogramma AdLib werd aangeschaft?
- dit systeem vereist dat per invoernummer tenminste 15 zaken worden vastgelegd, zoals objectnaam, objectnummer, algemene beschrijving, wanneer verworven, maker, datering, materiaal, land van herkomst, maten, staat van onderhoud, evt. wanneer aan wie uitgeleend, evt. wanneer en door wie gerestaureerd, evt. literatuurverwijzing en standplaats in het kasteel?
- inmiddels meer dan 8.000 inventarisnummers zijn ingevoerd (en let wel dat bijvoorbeeld een 50-delig servies maar 1 hoofdnummer heeft en dat elk bordje, kopje en schoteltje met een eigen subnummer moet worden vastgelegd)?
- sinds we AdLib in huis hebben naar schatting 25 mensen zich voor kortere of langere duur hebben ingezet om te helpen deze "monniken"-klus te klaren?
- momenteel 2 vrijwilligers (Margot en Bettie) hun beschikbare tijd voor Sypesteyn volledig aan AdLib wijden en 1 andere (Anita) voor een deel?
- qua aantallen ingevoerde nummers Anita de absolute topper is met de invoering van de beschrijving van ruim 1200 prenten en tekeningen en nog eens 400 pamfletten?
- van alle geregistreerde objecten digitale foto's worden gemaakt die aan het AdLib systeem gekoppeld gaan worden en dat Aad van Wegen, de broer
van onze conservator Rik, en soms ook wel Aadlib genoemd, er al meer dan 4000 heeft gemaakt?
- dit alles ten doel heeft onze collectie digitaal toegankelijk te maken, wat niet alleen handiger voor onszelf is, maar ook voor samenwerking met collega musea (voor bijvoorbeeld bruiklenen) en onderwijsinstellingen (educatie) en zeker te stellen dat wij straks de aan de nieuwe aangescherpte eisen voor museumregistratie kunnen voldoen?
- dit al weer de 100ste bijdrage is aan onze blog, sinds die in januari 2011 door onze onvermoeibare Antoinette Stals werd opgestart en grotendeels door haarzelf is gevuld met allerhande boeiende stukjes over het reilen en zeilen van Sypesteyn? Hulde daarvoor!
Zo nu en dan horen jullie van een collega of tijdens het Sypcafé iets over AdLib. Maar wat is dit nu precies en waartoe dient het?
Wisten jullie dat:
- ons Kasteel-Museum meer dan 10.000 museale objecten herbergt, waarvan meer dan een kwart niet wordt getoond in de vaste opstelling?
- de meeste objecten in de collectie door de jaren heen van een inventarisnummer zijn voorzien en dat de details zijn vastgelegd op handgeschreven papieren velletjes, die waren opgeborgen in dozen en ordners?
- zo'n 30 jaar geleden is begonnen om de gehele papierwinkel te vervangen door een systeem met getypte inventariskaartjes, die als ze op elkaar zouden worden gestapeld samen ruim 2,5 meter hoog zouden zijn?
- zo'n 8 jaar geleden is besloten om het gehele kaartsysteem om te zetten naar een geautomatiseerd systeem en dat daarvoor het voor musea ontworpen computerprogramma AdLib werd aangeschaft?
- dit systeem vereist dat per invoernummer tenminste 15 zaken worden vastgelegd, zoals objectnaam, objectnummer, algemene beschrijving, wanneer verworven, maker, datering, materiaal, land van herkomst, maten, staat van onderhoud, evt. wanneer aan wie uitgeleend, evt. wanneer en door wie gerestaureerd, evt. literatuurverwijzing en standplaats in het kasteel?
- inmiddels meer dan 8.000 inventarisnummers zijn ingevoerd (en let wel dat bijvoorbeeld een 50-delig servies maar 1 hoofdnummer heeft en dat elk bordje, kopje en schoteltje met een eigen subnummer moet worden vastgelegd)?
- sinds we AdLib in huis hebben naar schatting 25 mensen zich voor kortere of langere duur hebben ingezet om te helpen deze "monniken"-klus te klaren?
- momenteel 2 vrijwilligers (Margot en Bettie) hun beschikbare tijd voor Sypesteyn volledig aan AdLib wijden en 1 andere (Anita) voor een deel?
- qua aantallen ingevoerde nummers Anita de absolute topper is met de invoering van de beschrijving van ruim 1200 prenten en tekeningen en nog eens 400 pamfletten?
- van alle geregistreerde objecten digitale foto's worden gemaakt die aan het AdLib systeem gekoppeld gaan worden en dat Aad van Wegen, de broer
van onze conservator Rik, en soms ook wel Aadlib genoemd, er al meer dan 4000 heeft gemaakt?
- dit alles ten doel heeft onze collectie digitaal toegankelijk te maken, wat niet alleen handiger voor onszelf is, maar ook voor samenwerking met collega musea (voor bijvoorbeeld bruiklenen) en onderwijsinstellingen (educatie) en zeker te stellen dat wij straks de aan de nieuwe aangescherpte eisen voor museumregistratie kunnen voldoen?
- dit al weer de 100ste bijdrage is aan onze blog, sinds die in januari 2011 door onze onvermoeibare Antoinette Stals werd opgestart en grotendeels door haarzelf is gevuld met allerhande boeiende stukjes over het reilen en zeilen van Sypesteyn? Hulde daarvoor!
Labels:
collectie,
Sypesteyn,
Sypesteynblog,
Sypesteynnieuws
zondag 22 juli 2012
Het vogelconcert van Melchior de Hondecoeter
Tekst: Pieter Goderie
Foto': Hannie Humme en Carla
Dit schilderij is onderdeel van de de Hondecoetertentoonstelling in ons museum.
Klik op de foto om uit te vergroten!
Het is nog steeds een obsessie voor velen onder ons. De uil die daar trots met een poot geheven boven op een partituur staat en wat zou die inhouden. Het kan een strijdlied zijn die een ommekeer zou kunnen zijn in de interpretatie van de vaderlandse geschiedenis. Misschien gewoon een schunnig lied of een onbekende compositie van een bekende componist. Zo mijmeren we erover en dat is spannend. Het is daarnaast ook een wat vreemde afbeelding waarop alleen vogels zijn afgebeeld waarvan er geen een behoorlijk kan fluiten. Er zijn hele goede foto's gemaakt door Hannie Humme en Carla en kijk eens wat je ziet als je ze uitvergroot.
Er staat een tekst boven en die tekst geeft geen letter weer. Het ziet er ook niet naar uit dat de kunstenaar een poging heeft gedaan dat te doen. Nu de bladmuziek. Op de ene pagina zie ik een notenbalk bestaande uit vier balken en dat duidt op Gregoriaanse muziek en op de andere pagina verschijnt de ons meer bekende notenbalk met vijf strepen. De noten zijn duidelijk weergegeven en wat de vorm betreft doet dit denken aan Gregoriaanse muziek. Anders is het gesteld met de weergave van de maatstrepen. Ik heb er welgeteld twee gezien en als ik dan de open en gesloten noten tel dan lijken me dit geen maatovergangen. Ik vrees dat we aan de hand van deze partituur de vaderlandse geschiedenis niet hoeven te herzien. Toch heb ik het maar opgestuurd naar het Instituut voor Muziekwetenschap van de UvA.
Foto': Hannie Humme en Carla
Dit schilderij is onderdeel van de de Hondecoetertentoonstelling in ons museum.
Klik op de foto om uit te vergroten!
Het is nog steeds een obsessie voor velen onder ons. De uil die daar trots met een poot geheven boven op een partituur staat en wat zou die inhouden. Het kan een strijdlied zijn die een ommekeer zou kunnen zijn in de interpretatie van de vaderlandse geschiedenis. Misschien gewoon een schunnig lied of een onbekende compositie van een bekende componist. Zo mijmeren we erover en dat is spannend. Het is daarnaast ook een wat vreemde afbeelding waarop alleen vogels zijn afgebeeld waarvan er geen een behoorlijk kan fluiten. Er zijn hele goede foto's gemaakt door Hannie Humme en Carla en kijk eens wat je ziet als je ze uitvergroot.
Er staat een tekst boven en die tekst geeft geen letter weer. Het ziet er ook niet naar uit dat de kunstenaar een poging heeft gedaan dat te doen. Nu de bladmuziek. Op de ene pagina zie ik een notenbalk bestaande uit vier balken en dat duidt op Gregoriaanse muziek en op de andere pagina verschijnt de ons meer bekende notenbalk met vijf strepen. De noten zijn duidelijk weergegeven en wat de vorm betreft doet dit denken aan Gregoriaanse muziek. Anders is het gesteld met de weergave van de maatstrepen. Ik heb er welgeteld twee gezien en als ik dan de open en gesloten noten tel dan lijken me dit geen maatovergangen. Ik vrees dat we aan de hand van deze partituur de vaderlandse geschiedenis niet hoeven te herzien. Toch heb ik het maar opgestuurd naar het Instituut voor Muziekwetenschap van de UvA.
Labels:
de Hondecoeter,
Sypesteyn,
tentoonstellingen
Locatie:
1231 Loosdrecht, Nederland
woensdag 11 juli 2012
Over vossen en kippen gesproken
Tekst: Hannie Humme, rondleidster en manusje van alles
Foto's: Pieter Goderie, Antoinette Stals
In Hilversum en Wijdemeren worden regelmatig vossen gespot. Marianne Bruijns vertelde er al iets over in het blogbericht: Evaluatie na een weekje de Hondecoeter. In het oude kippenhok van Sypesteyn, op het kasteelterrein, logeren momenteel vijf bijzondere hoenders. Geleend van de Nederlandse Hoenderclub. Ze zien er heel grappig uit: een heeft een punkkuifje, twee een jaren 70 getoupeerd kapsel. De witte heeft een volle baard onder haar snavel. Afgelopen maandag heb ik een bordje met de soortnamen opgehangen bij het hok. De kippen zag ik nergens en ik had geen sleutel bij me dus kon ook niet controleren of ze binnen waren.
Plotseling viel mijn oog op een grote berg witte en grijze veren aan de achterkant van het kok. Ik liep wat verder naar de achterkant en zag nog meer witte veren liggen. Wat was hier gebeurd? Nu is mijn conditie waardeloos maar zo snel als ik kon ben ik teruggerend naar het koetshuis om Rik (conservator), Huib (directeur) én de sleutel te halen. Met ferme stappen liepen we terug, deur open.... Daar zaten de vijf dametjes parmantig te kijken, zich afvragend waarom we het hok binnenstormden. U begrijpt, dit verhaal blijft mij achtervolgen. Hoe het met de kippen gaat, krijg ik zo nu en dan te horen. Maar ik houd mijn rug recht: beter tig keer voor niets gekraaid dan één keer te laat.
Dinsdag 4 juli heb ik mijn eerste rondleiding gedaan. Een beetje zenuwachtig was ik wel want er kwam een groep van tien dames, allen kunsthistorici, speciaal voor de Hoedecoeters. Het was prachtig weer, dus de eerste gang was door het park naar het kippenhok. Ze zaten er nog alle vijf en vonden alle belangstelling wel leuk. Op naar het kasteel waar ik bij de blinde muur vertelde over het ontstaan en de familie Van Sypesteyn.
Eenmaal binnen gelijk naar de oude winkel waar drie generaties de Hondecoeter hangen. Jammer genoeg kon een van de dames niet goed lopen waardoor zij het bovengebeuren moest missen. Josee (rondleidster) heeft haar opgevangen en beneden van alles laten zien. Ook de schilderijen in de tentoonstellingskamer werden aandachtig bekeken. Bij het gevecht tussen haan en kalkoen kregen we nog aanvulling van een van de dames die ook bioloog bleek te zijn. De kalkoen spreidt de vleugels en gaat naar de grond. Dit is een teken van overgave die de haan helaas niet begrijpt.
Leuk als er een spontane uitwisseling is met een groep, want daar leer je als rondleider ook weer van.
We kregen veel complimenten voor de opstelling en de aankleding van de zalen. Het kuikentje van Antoinette (weekendbeheerder, blogbeheerder, enz., enz.), de buizerd van de opa van Rik en de veertjes van de Jonkheer zijn een schot in de roos. Ik kon bijna op alle vragen over de schilderijen antwoord geven dankzij de catalogus en het praatje van Joy Kearney tijdens de opening. Aan het eind kreeg ik applaus. Leuk, want zo'n eerste rondleiding is toch best spannend. Toen ik dan ook vertelde dat het de eerste was, gingen de handen weer op elkaar.
Terug naar het koetshuis waar het winkeltje inmiddels open was, zodat de groep entree kon betalen en een catalogus aanschaffen. Met €20,- in mijn hand voor de fooienpot die ik van een van de dames toegestopt kreeg, nam ik afscheid van mijn eerste groep.
Gesloopt, maar voldaan!
Foto's: Pieter Goderie, Antoinette Stals
In Hilversum en Wijdemeren worden regelmatig vossen gespot. Marianne Bruijns vertelde er al iets over in het blogbericht: Evaluatie na een weekje de Hondecoeter. In het oude kippenhok van Sypesteyn, op het kasteelterrein, logeren momenteel vijf bijzondere hoenders. Geleend van de Nederlandse Hoenderclub. Ze zien er heel grappig uit: een heeft een punkkuifje, twee een jaren 70 getoupeerd kapsel. De witte heeft een volle baard onder haar snavel. Afgelopen maandag heb ik een bordje met de soortnamen opgehangen bij het hok. De kippen zag ik nergens en ik had geen sleutel bij me dus kon ook niet controleren of ze binnen waren.
Plotseling viel mijn oog op een grote berg witte en grijze veren aan de achterkant van het kok. Ik liep wat verder naar de achterkant en zag nog meer witte veren liggen. Wat was hier gebeurd? Nu is mijn conditie waardeloos maar zo snel als ik kon ben ik teruggerend naar het koetshuis om Rik (conservator), Huib (directeur) én de sleutel te halen. Met ferme stappen liepen we terug, deur open.... Daar zaten de vijf dametjes parmantig te kijken, zich afvragend waarom we het hok binnenstormden. U begrijpt, dit verhaal blijft mij achtervolgen. Hoe het met de kippen gaat, krijg ik zo nu en dan te horen. Maar ik houd mijn rug recht: beter tig keer voor niets gekraaid dan één keer te laat.
Dinsdag 4 juli heb ik mijn eerste rondleiding gedaan. Een beetje zenuwachtig was ik wel want er kwam een groep van tien dames, allen kunsthistorici, speciaal voor de Hoedecoeters. Het was prachtig weer, dus de eerste gang was door het park naar het kippenhok. Ze zaten er nog alle vijf en vonden alle belangstelling wel leuk. Op naar het kasteel waar ik bij de blinde muur vertelde over het ontstaan en de familie Van Sypesteyn.
Eenmaal binnen gelijk naar de oude winkel waar drie generaties de Hondecoeter hangen. Jammer genoeg kon een van de dames niet goed lopen waardoor zij het bovengebeuren moest missen. Josee (rondleidster) heeft haar opgevangen en beneden van alles laten zien. Ook de schilderijen in de tentoonstellingskamer werden aandachtig bekeken. Bij het gevecht tussen haan en kalkoen kregen we nog aanvulling van een van de dames die ook bioloog bleek te zijn. De kalkoen spreidt de vleugels en gaat naar de grond. Dit is een teken van overgave die de haan helaas niet begrijpt.
Leuk als er een spontane uitwisseling is met een groep, want daar leer je als rondleider ook weer van.
We kregen veel complimenten voor de opstelling en de aankleding van de zalen. Het kuikentje van Antoinette (weekendbeheerder, blogbeheerder, enz., enz.), de buizerd van de opa van Rik en de veertjes van de Jonkheer zijn een schot in de roos. Ik kon bijna op alle vragen over de schilderijen antwoord geven dankzij de catalogus en het praatje van Joy Kearney tijdens de opening. Aan het eind kreeg ik applaus. Leuk, want zo'n eerste rondleiding is toch best spannend. Toen ik dan ook vertelde dat het de eerste was, gingen de handen weer op elkaar.
Terug naar het koetshuis waar het winkeltje inmiddels open was, zodat de groep entree kon betalen en een catalogus aanschaffen. Met €20,- in mijn hand voor de fooienpot die ik van een van de dames toegestopt kreeg, nam ik afscheid van mijn eerste groep.
Gesloopt, maar voldaan!
Labels:
buitenplaats,
de Hondecoeter,
historische tuin,
Sypesteyn,
Sypesteynnieuws,
tentoonstellingen,
winkeltje
Locatie:
1231 Loosdrecht, Nederland
dinsdag 10 juli 2012
Vrouwelijke tuinbaas buitenplaats Sypesteyn
Tekst: Karin Smokers
Foto's: Henny van der Wilt en Joes Kloosterman
"Ik ben misschien niet zo sterk als een man, maar ik ben ongelooflijk taai!"
Henny van der Wilt werkt al bijna haar halve leven als tuinbaas. Dit kun je goed aan haar zien. Haar door de zon verkleurde huid is donkerbruin en ook haar spierballen zijn niet mis. Menig man zou er jaloers op zijn. Niet alleen uit haar voorkomen blijkt haar passie voor de natuur, juist ook uit haar woorden kan worden opgemaakt dat de natuur een groot onderdeel uitmaakt van haar leven. In haar beroep als tuinbaas, sinds achttien jaar op buitenplaats Sypesteyn in Loosdrecht en sinds één jaar op Slot Zuylen, kan ze op dit gebied volledig haar ei kwijt.
Als vrouwelijk tuinbaas vormt ze een uitzondering. Het overgrote deel van de tuinbazen is man. Dit brengt soms lastige situaties met zich mee, maar Henny ziet vooral de voordelen ervan.
Henny herinnert zich nog goed hoe zij achttien jaar geleden voor het eerst op buitenplaats Sypesteyn aankwam. Ze werd meteen geconfronteerd met haar vrouw-zijn. "Toen ik daar kon komen zeiden ze tegen me: 'Kom maar vier halve dagen in de week. Dan kun je 's middags uitrusten. Je bent een vrouw, dus het wel te zwaar voor je zijn.'"
Henny overweegt dit echter geen seconde. Het achterstallig onderhoud was zo groot dat er alleen met volle dagen werk wat aan te doen viel. Toen de directeur vervolgens voorstelde dat ze, als ze om zeven uur begon, rond drie uur wel weer naar huis mocht, komt ze met een vergelijkbare reactie. "Nou, dat vond ik belachelijk. Om drie uur naar huis? Er was zoveel werk te doen! Ik wilde helemaal niet om drie uur naar huis!"
De eerste maand probeert Henny zich dan ook te bewijzen. Voor de halfjaarlijkse bestuursvergadering doet ze haar best om de 'fossiele bestuursleden' even te laten zien wat ze kan. "Ik was hartstikke jong en ik barstte van de energie. Toen had ik nog bewijsdrang. Ik heb me helemaal de pleuris gewerkt een maand lang. Na een week zeiden ze al - ik had maar amper wat gedaan voor mijn gevoel - oooh, wat knapt het al op! En daar kreeg ik alleen maar meer energie van".
Tegenwoordig heeft Henny niet zo'n last meer van bewijsdrang. Ze weet wat ze wil en laat dit ook geregeld merken. Zo krijgt haar toekomstig werkgever op Slot Zuylen een jaar geleden tijdens haar sollicitatiegesprek te horen: "Zijn er kledingvoorschriften? Want als het mooi weer is, werk ik in mijn korte broek. Mag dat niet? Dan kom ik niet. O, en als het vriest dan werk ik niet. Dan schaats ik. Dus dan weten jullie dat".
Deze eigenzinnigheid is volgens Henny een belangrijke eigenschap voor tuinbazen. Als tuinbaas moet je soms stevig in je schoenen staan om bepaalde dingen voor elkaar te krijgen.
Zo krijgt Henny vaak kritiek met betrekking tot het maaien. De waterkant langs Slot Zuylen is hiervan een voorbeeld. "Net ook iemand: Waarom maai je nou wel langs die haag, maar waarom nou die kant niet? En dan zeg ik: Nou, volgende week dan bloeien hier duizenden moerasspirea's. Dat is iets wat de natuur je geeft, dat is zo mooi over een week. En ben je dan eigenwijs als je zegt: Ik maai dat niet, ik laat dat staan? Nee, dat is een manier van werken. Een manier van doen".
Henny is trots op het feit dat ze een van de weinige vrouwelijk tuinbazen is. Het fysieke verschil tussen haar en haar mannelijke collega's stoort haar niet. Ook hieruit blijkt haar doorzettingsvermogen. "Aan al dat buiten werken wen je ook. Je lijf past zich aan. Ook mannen lopen vaak ergens tegenaan. Natuurlijk ben ik minder sterk dan een jonge vent, maar voor veel dingen heb je geen kracht nodig maar slimheid. Als ik kracht nodig heb dan huur ik die wel een keertje in. Maar als ik ergens aan begin dan moet je van goeie huize komen om mij ervan af te houden. Ja, ik zet wel door. En dan werk ik menig man eruit. Dan zeg ik: Ben je een beetje moe, jochie? Gaat het wel met je? Je zweet zo! Geniet ik ontzéttend van!"
Foto's: Henny van der Wilt en Joes Kloosterman
"Ik ben misschien niet zo sterk als een man, maar ik ben ongelooflijk taai!"
Henny van der Wilt werkt al bijna haar halve leven als tuinbaas. Dit kun je goed aan haar zien. Haar door de zon verkleurde huid is donkerbruin en ook haar spierballen zijn niet mis. Menig man zou er jaloers op zijn. Niet alleen uit haar voorkomen blijkt haar passie voor de natuur, juist ook uit haar woorden kan worden opgemaakt dat de natuur een groot onderdeel uitmaakt van haar leven. In haar beroep als tuinbaas, sinds achttien jaar op buitenplaats Sypesteyn in Loosdrecht en sinds één jaar op Slot Zuylen, kan ze op dit gebied volledig haar ei kwijt.
Als vrouwelijk tuinbaas vormt ze een uitzondering. Het overgrote deel van de tuinbazen is man. Dit brengt soms lastige situaties met zich mee, maar Henny ziet vooral de voordelen ervan.
Henny herinnert zich nog goed hoe zij achttien jaar geleden voor het eerst op buitenplaats Sypesteyn aankwam. Ze werd meteen geconfronteerd met haar vrouw-zijn. "Toen ik daar kon komen zeiden ze tegen me: 'Kom maar vier halve dagen in de week. Dan kun je 's middags uitrusten. Je bent een vrouw, dus het wel te zwaar voor je zijn.'"
Henny overweegt dit echter geen seconde. Het achterstallig onderhoud was zo groot dat er alleen met volle dagen werk wat aan te doen viel. Toen de directeur vervolgens voorstelde dat ze, als ze om zeven uur begon, rond drie uur wel weer naar huis mocht, komt ze met een vergelijkbare reactie. "Nou, dat vond ik belachelijk. Om drie uur naar huis? Er was zoveel werk te doen! Ik wilde helemaal niet om drie uur naar huis!"
De eerste maand probeert Henny zich dan ook te bewijzen. Voor de halfjaarlijkse bestuursvergadering doet ze haar best om de 'fossiele bestuursleden' even te laten zien wat ze kan. "Ik was hartstikke jong en ik barstte van de energie. Toen had ik nog bewijsdrang. Ik heb me helemaal de pleuris gewerkt een maand lang. Na een week zeiden ze al - ik had maar amper wat gedaan voor mijn gevoel - oooh, wat knapt het al op! En daar kreeg ik alleen maar meer energie van".
Tegenwoordig heeft Henny niet zo'n last meer van bewijsdrang. Ze weet wat ze wil en laat dit ook geregeld merken. Zo krijgt haar toekomstig werkgever op Slot Zuylen een jaar geleden tijdens haar sollicitatiegesprek te horen: "Zijn er kledingvoorschriften? Want als het mooi weer is, werk ik in mijn korte broek. Mag dat niet? Dan kom ik niet. O, en als het vriest dan werk ik niet. Dan schaats ik. Dus dan weten jullie dat".
Deze eigenzinnigheid is volgens Henny een belangrijke eigenschap voor tuinbazen. Als tuinbaas moet je soms stevig in je schoenen staan om bepaalde dingen voor elkaar te krijgen.
Zo krijgt Henny vaak kritiek met betrekking tot het maaien. De waterkant langs Slot Zuylen is hiervan een voorbeeld. "Net ook iemand: Waarom maai je nou wel langs die haag, maar waarom nou die kant niet? En dan zeg ik: Nou, volgende week dan bloeien hier duizenden moerasspirea's. Dat is iets wat de natuur je geeft, dat is zo mooi over een week. En ben je dan eigenwijs als je zegt: Ik maai dat niet, ik laat dat staan? Nee, dat is een manier van werken. Een manier van doen".
Henny is trots op het feit dat ze een van de weinige vrouwelijk tuinbazen is. Het fysieke verschil tussen haar en haar mannelijke collega's stoort haar niet. Ook hieruit blijkt haar doorzettingsvermogen. "Aan al dat buiten werken wen je ook. Je lijf past zich aan. Ook mannen lopen vaak ergens tegenaan. Natuurlijk ben ik minder sterk dan een jonge vent, maar voor veel dingen heb je geen kracht nodig maar slimheid. Als ik kracht nodig heb dan huur ik die wel een keertje in. Maar als ik ergens aan begin dan moet je van goeie huize komen om mij ervan af te houden. Ja, ik zet wel door. En dan werk ik menig man eruit. Dan zeg ik: Ben je een beetje moe, jochie? Gaat het wel met je? Je zweet zo! Geniet ik ontzéttend van!"
Labels:
buitenplaats,
historische tuin,
Sypesteyn,
Sypesteynnieuws
donderdag 5 juli 2012
Evaluatie na een weekje de Hondecoeter
Tekst: Marianne Bruijns, weekendbeheerder
Foto: Martha de Jong-Lantink.(www.flickr.com/photos/marthaenpiet/5842206687/).
Zondagmorgen stapte ik uit mijn autootje en zag een konijntje vermorzeld op straat liggen. Een prachtig beestje. Natuurlijk laat je zo'n diertje niet midden op de straat liggen en ik besloot hem aan de vos achter in het bos te schenken. Zo gezegd, zo gedaan.
Toen Peter (de Meere van de catering) kwam zei hij zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken: "We hadden het eigenlijk aan de vlaggenstok moeten hangen, want het is een echte de Hondecoeter!".
Ik denk dat de de Hondecoetertentoonstelling op het juiste moment op Syesteyn is gekomen, want de bezoekers zijn écht geïnteresseerd en er is een goede interactie met de tuin en omdat het het Jaar van de Historische Buitenplaatsen is, komt dat goed uit. De bezoekers vragen veel en dat wordt ook gewaardeerd met een ferme handdruk mét vijf euro erin! Er kwam ook een mevrouw die haar moeders schilderij, dat gestolen was, zocht. Ze heeft in het gastenboek geschreven dat ze het niet heeft gevonden. Jammer!
Wisten jullie dat de de Hondecoetertentoonstelling op Face-book staat? Dat de 1e schenking door de filantroop S.H. Kress aan het Metropolitan Museum of Art "Pauwen" van Melchior de Hondecoeter was? Dat de bekendste imitator van Melchior de Hondecoeter Jan van Oolen in het Museu de Arte Sao Paulo hangt?
Wisten jullie dat Rik al drie fraaie boekjes over verschillende onderwerpen van Sypesteyn heeft gepubliceerd? De Hollandse Porseleinroute, Tuinvisioenen en Melchior de Hondecoeter te gast op Sypesteyn. Gefeliciteerd Rik!!! Driemaal is scheepsrecht.
Foto: Martha de Jong-Lantink.(www.flickr.com/photos/marthaenpiet/5842206687/).
Zondagmorgen stapte ik uit mijn autootje en zag een konijntje vermorzeld op straat liggen. Een prachtig beestje. Natuurlijk laat je zo'n diertje niet midden op de straat liggen en ik besloot hem aan de vos achter in het bos te schenken. Zo gezegd, zo gedaan.
Toen Peter (de Meere van de catering) kwam zei hij zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken: "We hadden het eigenlijk aan de vlaggenstok moeten hangen, want het is een echte de Hondecoeter!".
Ik denk dat de de Hondecoetertentoonstelling op het juiste moment op Syesteyn is gekomen, want de bezoekers zijn écht geïnteresseerd en er is een goede interactie met de tuin en omdat het het Jaar van de Historische Buitenplaatsen is, komt dat goed uit. De bezoekers vragen veel en dat wordt ook gewaardeerd met een ferme handdruk mét vijf euro erin! Er kwam ook een mevrouw die haar moeders schilderij, dat gestolen was, zocht. Ze heeft in het gastenboek geschreven dat ze het niet heeft gevonden. Jammer!
Wisten jullie dat de de Hondecoetertentoonstelling op Face-book staat? Dat de 1e schenking door de filantroop S.H. Kress aan het Metropolitan Museum of Art "Pauwen" van Melchior de Hondecoeter was? Dat de bekendste imitator van Melchior de Hondecoeter Jan van Oolen in het Museu de Arte Sao Paulo hangt?
Wisten jullie dat Rik al drie fraaie boekjes over verschillende onderwerpen van Sypesteyn heeft gepubliceerd? De Hollandse Porseleinroute, Tuinvisioenen en Melchior de Hondecoeter te gast op Sypesteyn. Gefeliciteerd Rik!!! Driemaal is scheepsrecht.
Labels:
de Hondecoeter,
Sypesteyn,
Sypesteynnieuws,
tentoonstellingen
Abonneren op:
Posts (Atom)








